Tussen een schietkraam en een hamburgertent door zag ik plotsklaps de blauwe zwaailichten van ambulances. Ik had de wagens niet horen aankomen. Op de grond bleek een boom van een kerel te liggen, met ontbloot bovenlijf. Meer dan waarschijnlijk een kermisganger. Een medisch urgentieteam stond rondom hem opgesteld en diende hartmassage toe. De gezichten stonden op heel ernstig.
Neen, toch niet gewoon een attractie méér. Het viel me op dat de omstaanders op een schroomvolle afstand bleven staan. Zo ook hield het personeel uit de winkels aan de overkant discretie in acht.
De grote meerderheid van de kermisgangers had niets in de gaten. Leven en
dood. Plezier en pijn. Zo maar, door mekaar.
“Hoe kwetsbaar is ’t hier beneden”.



























