Een roeping in de tweede levenshelft
Het levensverhaal van Margaret Rizza is even opmerkelijk als haar muziek. Jarenlang leidde ze onder de naam Margaret Lensky een glansrijke internationale carrière als operazangeres. Ze zong op podia als La Scala en Glyndebourne en werkte met grootheden als Benjamin Britten en Igor Stravinsky. Na vijfentwintig jaar verruilde ze het podium voor het docentschap aan de Londense Guildhall School of Music and Drama.
Pas in de tweede helft van haar zestiger jaren begon ze zelf muziek te schrijven. Toen een kloosterzuster haar in 1996 vroeg om muziek te componeren voor een conferentie, verzette Rizza zich aanvankelijk: ze had immers nooit gecomponeerd. Pas toen ze haar eigen weerstand en ego losliet in het stille gebed, begon de muziek spontaan in haar op te wellen. Ze noemde het later haar belangrijkste creatieve wet: „Mijn muziek wordt geboren uit de stilte.”
De vonk van de Geestelijke Oefeningen
Dat haar muziek zo naadloos aansluit bij de ignatiaanse spiritualiteit, is geen toeval. In 1990 trok Rizza zich zes weken terug in het jezuïetenhuis St Beuno’s in Wales voor een stilteretraite met de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola. Deze ervaring markeerde een diepe ommekeer.
Geraakt door de armoede en gebrokenheid in de wereld vroeg ze zich af of ze haar muzikale loopbaan moest opgeven om zich aan hulpverlening te wijden. Tijdens de Oefeningen ontdekte ze echter dat God haar niet wegriep uit de muziek, maar haar vroeg te „bloeien waar ze geplant was”. Muziek werd voor haar een vindplaats van God en een instrument van heling en verbinding. Ze ging zingen in gevangenissen, hospices en ziekenhuizen. Het ignatiaanse grondmotief — God zoeken en vinden in alle dingen — werd het fundament onder haar leven en haar werk.
De langste reis: van hoofd naar hart
Haar composities — beïnvloed door het gregoriaans en de gezangen van Taizé — zijn nooit bedoeld als louter virtuoze uitvoeringen, maar als hulpmiddel bij het gebed. Margaret wist als geen ander hoe vol en rusteloos het menselijk verstand kan zijn en hoezeer onze gedachten van de ene afleiding naar de andere kunnen springen.
Door een eenvoudige tekst herhaaldelijk te zingen of te beluisteren, ontstaat er ruimte. Haar muziek ondersteunt wat in de contemplatieve traditie treffend de langste reis van de mens wordt genoemd: de weg van het hoofd naar het hart. In die hartruimte kan God spreken.
Voor de makers en luisteraars van Bidden Onderweg en de gemeenschap rond het Ignatiushuis is haar nalatenschap een blijvend geschenk. Haar muziek hielp en helpt duizenden mensen dagelijks om stil te worden, te luisteren en zich bemind te weten door God.
Moge zij rusten in de vrede en de oneindige stilte van de Eeuwige.




















