Ik ben niet meer dan een pakket geschenken: alles wat ik heb en ben is een geschenk van een Ander. God laat mij enigszins in zijn goddelijke volheid delen. Mijn lichaam is een geschenk. Net zoals mijn verstand, mijn wil, mijn talenten en vaardigheden. Ik bezit het geestelijke geschenk van geloof, hoop en liefde. Al deze geschenken maken mij tot wie ik ben en worden mij toevertrouwd om mijn verwantschap met God en mijn verbondenheid met Hem te koesteren.
Een geschenk, zoals we weten, verwijst naar liefde. Ik word tot bestaan bemind, zonder onderbreking. Ik besta omdat God het graag wil. Omdat God voortdurend vol liefde naar mij verlangt. God is mijn Schepper. Hij is zich perfect bewust van mijn bestaan en kijkt voortdurend naar mij.
Wat vertelt die blik van God op mij?
Die blik van God op mij, die zegt: ’Sinds alle eeuwigheid denk Ik aan jou en verlang Ik naar jou. In jou stel Ik mijn welbehagen. Ik hou van jou.’ Of ik nu antwoord op die liefdevolle blik of niet, God blijft het mij voortdurend toefluisteren, iedere seconde. Die liefde houdt mij in leven. Die liefde is de grond van mijn bestaan.
Finbarr Lynch sj


























