Het is de vijand eigen om zwakker te worden, de moed te verliezen en met zijn bekoringen op de vlucht te gaan, wanneer wie zich in het geestelijke oefent resoluut het hoofd biedt aan de bekoringen van de vijand door er lijnrecht tegen in te gaan. Als daarentegen wie zich oefent, bij het ondergaan van bekoringen bang begint te worden en de moed begint te verliezen, dan is er op het aardoppervlak geen beest zo wild als de vijand van de menselijke natuur, wanneer die met een even grote slechtheid zijn verdorven bedoeling wil verwerkelijken. (Geestelijke Oefeningen, nr. 325)
Het is niet wenselijk om te onderhandelen met de bekoring of verleiding als die zich aandienen. De listen van de verleider zijn nu eenmaal onweerstaanbaar. Als je hem ook maar even in de ogen gaat kijken, dan ben je gezien. Als je hem een vinger geeft, grijpt hij meteen je hand, je hele arm. Vaak hopen we een compromis te kunnen sluiten: even proeven van de zoete vrucht om ons dan snel terug te trekken. Steeds weer denken we sterk genoeg te zijn om te weerstaan; tegen beter weten in.
Neen, waarschuwt Ignatius. Het is alles of niets. De enige betrouwbare manier om de boze geest en zijn verleidingen onschadelijk te maken, is om hem zonder meer te negeren: hem identificeren, en vervolgens resoluut rechtsomkeer maken.
Nikolaas Sintobin sj


























