-spanning tussen vertrouwen en kwetsbaarheid, waarmee men zich aan elkaar geschonken heeft. Ik geef mij in mijn kwetsbaarheid juist omdat ik erop vertrouw dat je mij niet dieper zult kwetsen, maar mij zult helen.
-spanning tussen verwachtingen en vrees; verwachtingen van : in zijn/haar ogen zal ik mogen zijn wie ik ben; hij/zij zal eerbied hebben voor mijn eigenheid, mijn ‘mysterie’; hij/zij zal werk maken van de kleine kanten waarmee hij/zij weet dat hij/zij mij kwetst en de vrees dat het misschien zo niet zal zijn.
-spanning tussen de sterkte en de broosheid van elke liefdesverhouding. Een serieuze fout doet al die spanningen plots negatief omslaan.
Een anonieme jezuïet


























