In tijden van verwarring door bedreigende nieuwe ervaringen is het teruggrijpen naar funderende, zingevende verhalen essentieel. Zij vormen handvatten voor ons geestelijk leven en zijn lichtbakens langs onbegane paden. Een voor de hand liggende en inspirerende parabel kon mij op weg zetten: de parabel van de barmhartige Samaritaan.
…
Een minderjarige die seksueel misbruikt wordt, wordt beroofd. Waarvan? Hij is zijn onschuld kwijt, zijn eigenwaarde en zelfvertrouwen, en vaak niet meer in staat om een normaal relatieleven, laat staan een normaal liefdesleven op te bouwen. Hij weet dat die kwetsuur als een tijdbom diep in hem verborgen ligt, dat ze zijn functioneren bemoeilijkt en veel vierkant doet draaien in zijn leven. Vaak is dit te pijnlijk om onder ogen te zien.
Het volle bewustzijn van die diepe, ondraaglijke kwetsuur komt bij velen twintig, dertig jaar of nog later toch nog aan de oppervlakte als een pestbuil die openbarst op een moment dat niet te voorzien is. Dan pas stort zo iemand in en blijft voor dood langs de kant van de weg achter. Alsof hij dertig jaar geleden een dolkstoot kreeg en nu pas kan toegeven dat het fataal was.
Sommigen geven echt toe aan dat gevoelen en vinden een uitweg in suïcide, anderen worden opgeraapt en belanden in de herberg der artsen of psychotherapeuten, en vinden vaak pas later de moed en de naar buiten kerende woede om hun klacht te gooien naar de huidige bewoners op het adres van hun dader-rover.


























