Ik ben meteen met haar naar Jozef gegaan, en samen hebben we zijn beide oortjes gezegend.
Net voor het doopsel hadden we eucharistie gevierd. Bij de communie ging ik rond om het Lichaam van Christus uit te delen. Toen ik ter hoogte van Simon kwam, een jongetje van vier en en half, wilde hij per se ook de communie ontvangen. Het ventje was nochtans gewoon om regelmatig naar de mis te gaan. De kinderzegen die ik hem gaf zinde hem helemaal niet. Zijn vader probeerde hem met man en macht uit te leggen waarom. Het mocht niet baten. Simon begon te brullen. Een grillig kind? Mij leek het gewoon een jongetje dat met volle aandacht de viering had gevolgd en dat zich nu op volstrekt onrechtvaardige wijze uitgesloten voelde.
Om het weer goed te maken, heb ik hem tijdens de doopviering gevraagd om de doopkaars van zijn kozijntje aan te steken. Simon glunderde. Zijn ouders ook.
Er staat ons heel wat moois te wachten.
Nikolaas Sintobin sj


























