1 Kon 19,16b.19-21 Galaten 5,1.13-18 Lucas 9,51-62.
Laat me beginnen met een grap. Een oude jezuïet was stervend. De man had een mooi en rijk leven achter zich. Toch was hij heel onrustig. Hij woelde heen en weer in zijn bed. Zijn ogen straalden angst uit. Zijn medebroeders snapten er niets van. Ten einde raad haalden ze de geestelijke vader van de oude jezuïet erbij. Mijn goede vriend, zei die tot hem, je weet toch dat Onze Lieve Heer klaar staat om je met open armen te ontvangen in de hemel. Als er iemand is die geen schrik hoeft te hebben om te sterven, dan ben jij het! Oh, zei de stervende jezuïet, weet je, ik heb helemaal geen angst voor onze Lieve Heer. Welintegendeel. Maar ik zie er zo tegen op om onze heilige vader Ignatius onder ogen te moeten komen.
Inderdaad de heilige Ignatius van Loyola had de reputatie van niet makkelijk te zijn in de omgang. In het bijzonder met medebroeders waarvan hij veel hield en voor wie hij het meest wenste dat ze volledig zouden leven als Jezus. Ruimer, is het algemeen geweten dat een zekere hoekigheid iets typisch is voor heiligen. Dit zegt iets over de radicaliteit waarmee deze mannen en vrouwen zelf het Evangelie probeerden te beleven. Daar gaat het precies over in de lezingen die we zonet hoorden. Iemand spreekt er Jezus aan en zegt Hem: ‘Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat”. Die persoon, man of vrouw, we weten het niet, zegt, met andere woorden, dat hij helemaal wil leven zoals Jezus. Een goede reden om die mens hartelijk te bejegenen. Je kan bezwaarlijk zeggen dat de reactie van Jezus erg wervend klinkt:
· De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.
· Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods.
· ‘Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.
Wil dit zeggen dat je als christen zo arm moet zijn dat je zelf geen eigen hoofdkussen mag hebben? Dat je in die mate afstand moet nemen van je familie dat je zelf je vader niet meer mag begraven en dat je je dierbaren definitief op een afstand moet houden?
Zeker is dat Jezus ons uitnodigt tot radicaliteit. Christen zijn is meer dan een interessante hobby die je af en toe beoefent maar die weinig of geen invloed heeft op je dagdagelijkse leven. Christen zijn is een levenslange dynamiek die wil doordringen tot in de wortels van ons bestaan.
Maar hoever moet die radicaliteit dan gaan? In zijn brief aan de Galaten die we zonet hoorden geeft Paulus ons een belangrijke leessleutel: Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven. Christen zijn is vrij worden en steeds meer vrij zijn. Vrij zijn. Wat wil dat zeggen. Betekent dat dat je op elk ogenblik van je leven om het even wat moet kunnen en mogen doen? Dat is niet de vrijheid die Jezus ons voorleeft. De christelijke vrijheid gaat over het luisteren naar Gods Geest. Die vrijheid heeft alles te maken met gehoor-zaamheid. De echt vrije mens is de man of de vrouw die zo vrij is komen te staan van wat niet God is dat hij of zij enkel nog maar verlangt te doen wat God van hem of haar vraagt. De vrije mens is de mens die zo intens gelooft dat God hem wil leiden op het pad van leven en liefde dat God hem voor houdt dat hij enkel nog maar verlangt om dat pad te bewandelen.
Voor sommigen betekent dit ze zich terugtrekken in een abdij en het contact met hun familie tot een minimum beperken. Dit zijn uitzonderingen. Voor de meeste christenen zal die gehoorzaamheid leiden tot een leven waar aan de buitenkant niet zoveel te zien is. Radicaliteit in de liefde in hun gezin, in de solidariteit met armen, in het respect voor de natuur, in hun professionele ethiek enz. Niet minder radicaal. Wel anders radicaal.
Heiligen zijn mensen die op een bijzondere wijze die radicaliteit hebben beleefd. Dat maakt dat het soms schuurt in de omgang met hun naasten voor wie die radicaliteit confronterend kan zijn. Ik wens ons allen toe dat we ons door die heiligen durven laten uitdagen. En dus in de eerste plaats door de heilige bij uitstek, Jezus. En dat we in die soms verscheurende confrontatie nooit vergeten dat de Heer ons uitnodigt tot steeds meer leven en vreugde.
Nikolaas Sintobin sj


























