Een franciscaan en een jezuïet waren goede vrienden. Beiden waren rokers en vonden het moeilijk om langere tijd te bidden zonder te roken. Ze besloten dan ook hun overste toestemming te vragen om te roken tijdens het bidden.
Toen ze mekaar terug zagen was de franciscaan terneergeslagen. Ik heb aan mijn overste gevraagd of ik mocht roken terwijl ik bad en zijn antwoord was “neen”.
De jezuïet moest lachen. Ik heb gevraagd of ik mocht bidden terwijl ik rookte. En hij antwoordde “natuurlijk”.
Dit is mijn favoriete jezuïetengrap. Ik lees er van alles in dat me dierbaar is als jezuïet en, ruimer, als christen.
3. De dialoog met de traditie
Gehoorzaamheid aan een overste, wie doet daar nog aan? Ik doe het al dertig jaar. Het is mijn ervaring dat oude gewoontes zinvol kunnen zijn. De traditie, de gestolde ervaring van de voorgaande generaties christenen, is een onschatbare rijkdom. Soms kan die traditie een last lijken. Als ik me echter door haar durf te laten bevragen en tegelijk bereid ben om ze in dialoog te brengen met onze steeds veranderende kontekst, dan wordt ze soms een snelweg naar dynamiek en vernieuwing.


























