Van een plattelands fenomeen, wordt het christendom een stedelijk fenomeen. Meer en meer jonge intellectuelen bekeren zich. In het bijzonder ook politiek geëngageerden. Ze hebben het confucianisme de rug gekeerd (“te elitair”) en idem voor het boeddhisme (“enkel voor heiligen”).
Twee belangrijke categorieën van motieven worden aangehaald. Ten eerste is daar de nadruk die de christelijke traditie legt op de vrijheid en op de mensenrechten. Vervolgens, merkwaardig genoeg, het zondebegrip. Het zichzelf erkennen/ontdekken als zondaar – omdat alle mensen zondaar zijn – laat toe om anders om te gaan met de grote groep landgenoten die zich compromitteren met “de Partij”. In plaats van te verdrinken in de haat, biedt het zondebegrip perspectief op verzoening.
De Chinese overheid probeert deze evolutie onder controle te houden, maar het is een publiek geheim dat ze deze strijd eigenlijk reeds opgegeven heeft. Bovendien, zo besluit het artikel in de Amerikaanse blog, ook de Chinezen weten dat vervolging het christendom alleen maar sterker maakt.

























