Zoals de Hemelvaart beantwoordt aan de menswording, kunnen we stellen dat Pinksteren beantwoordt aan de neerdaling van de Geest over Maria. Met dit verschil dat de Geest nu niet over één enkele persoon nederdaalt, maar over alle mensen die zich voor Hem willen openstellen.
In die zin zijn Hemelvaart en Pinksteren de voleinding van de heilsgeschiedenis in Christus die begon met de maagdelijke ontvangenis, aangekondigd door de engel Gabriël, en de menswording. Het Nieuwe Testament stelt trouwens een duidelijke en gedetailleerde chronologie voor: Hemelvaart vindt plaats 40 dagen na Pasen, en Pinksteren nog eens 10 dagen later.
De jonge Kerk moet dus negen dagen wachten op de nieuwe aanwezigheid van Jezus die wordt mogelijk gemaakt door de Geest. Gedurende 9 dagen zullen de apostelen samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders (Hand. 1, 13-14) samen biddend doorbrengen. Hier ligt de oorsprong van het noveengebed (van het Latijn “novem” (negen)), waarbij men 9 dagen lang gaat bidden ter voorbereiding van een groot feest of om een bijzondere gunst te verkrijgen. Uiteraard is de pinksternoveen – het gebed om de heilige Geest – de belangrijkste noveen.


























