Over de Nederlanders heeft Bodar een heel duidelijk oordeel: Het is een lomp volk. Meteen erna specifieert hij: Dat is iets exclusief Nederlands. Zelf ben ik een geboren en getogen Vlaming. Ik woon sinds 4 jaar in Amsterdam. Vroeger woonde ik 9 jaar in Parijs. Ik vind de Nederlanders een stuk voorkomender en vriendelijker dan Vlamingen of Fransen. Nederlanders zijn fier en zelfbewust. Daarin verschillen ze van Vlamingen. Ze hebben ook, zo dunkt me, rust bij hun “volksidentiteit”. Hierin verschillen ze dan weer van de verscheurde Franse ziel die het trauma van de Franse revolutie nog niet te boven is. In het no nonsens gehalte van de communicatie van de gemiddelde Nederlander klinkt de koophandelstraditie sterk door. Het is soms heel recht voor de raap. Zelf ervaar ik dit eerder als verademing, als ik het vergelijk met het omfloerste ja-zeggen van de Vlaming dat vaak neen betekent.
Anders dan in Rome word ik hier in Nederland zo geconfronteerd met het alledaagse, zegt Bodar aan het begin van het interview. het Als ik het goed begrijp, wordt deze confrontatie met het alledaagse door Bodar eerder als onaangenaam ervaren. Best verwonderlijk als statement. Om niet te zeggen vreemd. Het alledaagse is namelijk 99% van de werkelijkheid. Een werkelijkheid die, zo geloven christenen, voor God voldoende belangrijk werd en wordt geacht om er middenin te komen wonen.
Het is maar hoe je kijkt naar die alledaagse Nederlandse werkelijkheid.


























