De man vertelde honderduit over zijn leven in de gevangenis: over het vriendelijke onderhoudspersoneel, over de cipiers, de keuken, de medegevangenen … Tonny luisterde met de grootste aandacht, tot zichtbare genoegdoening van de kerel.
Terug op mijn kamer realiseerde ik me dat dit voor Tonny misschien wel de duizendste keer was dat hij naar een dergelijk verhaal luisterde.
Even later was ik aan het bidden met een tekst uit Johannes waarin Jezus spreekt over de werken van het geloof. Ik kon me er meteen iets bij voorstellen.
Delen

























