“Groeien in liefde was ook groeien in nederigheid, examenperiodes waren vaak moeilijke en stressvolle periodes waarbij ik de hulp van anderen niet wou vragen en mijn eigen moeilijkheden niet wou aanvaarden. Zo gebeurde het dat ik een hele voormiddag verloren had aan piekeren en angstig wezen, zonder een bladzijde aan te raken van de syllabus waarvan ik nochtans de dag erop examen had.
Me realiserend wat voor een slechte raadgever de stem van de angst is, maar zonder moed om er iets tegenin te brengen, ging ik ten slotte schoorvoetend bij mijn buur op kot kloppen. Het spijt me, zei ik, maar het lukt me vandaag niet, zou je niet even samen willen studeren?
Mijn buurmeisje veerde enthousiast recht: Graag! Ik bak er vandaag ook niets van, maar ik durfde niet komen kloppen omdat het bij jou zo stil was en ik dacht dat je hard aan het studeren was…“

























