Ik denk dat kardinaal Burke gelijk heeft. Alvast een beetje, binnen zijn logica.
Burke is jurist. Hij is een verstandig man. Door zijn vorming (doctoraat kerkelijk recht) en ervaring van de voorbije jaren is hij door en door vertrouwd met de juridische logica. Die is in belangrijke mate deductief. Op verschillende niveaus heb je wetten en regels. De praktijkcasussen die zich aandienen moet je gewoon toetsen aan die regels. Zo kom je tot duidelijke, eenduidige antwoorden die even onbetwistbaar zijn als de norm zelf. Je hoeft niet te twijfelen. Er is immers geen onduidelijkheid. Nooit.
Probleem is dat die regels een doel op zich dreigen te worden. Dat de menselijke werkelijkheid wordt opgesloten in en gereduceerd tot wat dit juridisch systeem aankan. De voordelen zijn veiligheid en helderheid. Je weet waar je aan toe bent. De prijs van dit legalisme is dat het geen recht doet aan de eindeloze complexiteit van diezelfde menselijke werkelijkheid. Zeker als je ervan uitgaat dat die regels definitief en onveranderlijk zijn. Met andere woorden dat de Kerk op een bepaald ogenblik in haar ontwikkeling gekomen is tot een definitieve en alomvattende interpretatie van wat de Bijbel en de Traditie aan de mensheid te openbaren hebben.
Het spreekt voor zich dat geen enkele mensenorganisatie kan bestaan zonder regels. Liefst duidelijke regels. Ook in de Bijbel en de ruimere christelijke traditie is er een uitgebreide ervaring van omgaan met de Wet. Jezus spreekt meermaals over het absolute respect dat verschuldigd is aan de goddelijke Wet. Minstens even vaak klaagt Hij de neiging tot legalisme van mensen aan.
De Blijde Boodschap van Jezus is geen wetboek. Het is geen sluitend systeem van regels en voorschriften dat kant en klaar, eens en voorgoed, uit de hemel is komen neerdalen. Dat zou zeker voordelen hebben. Andere religieuze tradities gaan expliciet die richting uit. De kern van het christendom is veeleer een persoonlijke relatie, met liefde als gemene deler. De Kerk is per definitie pastoraal. Zo definitief en volledig als de openbaring in Christus is, zozeer is inculturatie een doorlopende opdracht. Het christendom is een aaneenrijging van crisismomenten – anders gezegd groeimomenten. In al die opeenvolgende etappes van de mensengeschiedenis heeft het Evangelie telkens weer nieuwe, vaak onvermoede aspecten van de rijkdom van die liefdesrelatie aan het licht gebracht.
De overgang van een etappe naar een andere gaat steeds gepaard met onrust. Met gezonde twijfel. Met duidelijkheid én verwarring. Men laat immers het vertrouwde achter zich. Dat is niet comfortabel. Dit betekent echter niet dat het roer weggeslagen is. Wel dat de stuurman weet dat het heil uiteindelijk niet komt van hemzelf. Ook niet van de wet. Wel van Gods Geest die blijft waaien.


























