In het voorjaar van 2013 kon ik de aartsbisschop beluisteren. Het thema was: “Heeft de Kerk nog toekomst?” De stelling die Mgr Léonard verdedigde was uitdagend én confronterend tegelijk.
Hij begon met te stellen dat de enige instelling op aarde die toekomst heeft, net de Kerk is. En wel om de eenvoudige reden dat ze de enige instelling is die door God zelf gewild is. Tegelijkertijd stelde aartsbisschop Léonard dat het mogelijk is dat de Kerk in onze streken op een bepaald ogenblik en voor een bepaalde duur zou verdwijnen. Ter illustratie noemde hij wat er gebeurde met de Kerk in Noord-Afrika die naar het einde van de 7de eeuw toe bijna volledig verdween, na een eeuwenlange bloei gekend te hebben. Hij vertelde dit in alle rust en eenvoud. Ik zou bijna zeggen, in het volste vertrouwen.
“Wat God begint, voltooit Hij”. Zo leert ons de apostel Paulus in zijn brief aan de Filippensen (Fil 1, 6). Geloven wij dit? Geloven wij zo in God dat wij, tegelijkertijd alles doen wat in onze macht en verantwoordelijkheid ligt, en, tegelijkertijd God God laten zijn en de zaak helemaal aan Hem durven toevertrouwen? “Indien de Heer het huis niet bouwt, bouwen vergeefs de knechten …” (Ps 127)
Kort voor Ignatius van Loyola stierf vroeg een jonge jezuïet hem wat hij zou doen mocht de Paus hem mededelen dat hij beslist had de Sociëteit van Jezus op te heffen. Een vraag die, al bij al, niet zo vreemd was, vermits dit aan het einde van 18de eeuw ook effectief gebeurd is. Ignatius dacht even na en had meteen zijn antwoord klaar. Hij zei: “Ik denk dat ik even naar de kapel zou gaan om te bidden voor het Allerheiligste en dat ik vervolgens, met nog grotere vreugde en energie, zou beginnen met iets anders, tot meerder eer en glorie van God.”
Hoe zal onze Kerk eruit zien, over 10 jaar, over 20 jaar? Welke structuren zullen we kennen, hoe zal het ambt evolueren, de parochies, de liturgie, het samenleven met de Islam en mogelijks met nog andere godsdiensten, hoe zal ons katholiek onderwijs, het verenigingsleven evolueren …. Ik weet het oprecht niet. Vermits onze samenleving en cultuur, hier net zo goed als elders, aan een razendsnel tempo veranderen, kan het bijna niet anders dat ook onze eeuwenoude geloofstraditie en gelovige gebruiken flink door mekaar worden geschud. Het zou vreemd om niet te zeggen problematisch zijn mochten we niets merken in onze Kerk van die massieve beschavingscrisis die we doormaken. Vaststaat dat we van alles zullen moeten loslaten. Ook zaken die ons dierbaar zijn. Het nieuwe dat zal komen zal anders zijn. Beter aangepast aan onze nieuwe tijd.
Met andere woorden, al die veranderingen die we nu meemaken en de nog talrijker die ons te wachten staan, hoeven ons niet te verontrusten, ook al is het vaak niet comfortabel. Ze zijn veeleer een uitnodiging om dichter te komen bij de kern van ons geloof: het geloof in de voorzienige liefde van God, die recht schrijft op de kromme lijnen van ons eigen persoonlijk leven en op dat van onze Kerk en onze samenleving. Het enige dat van ons gevraagd wordt is dat wij ons 100% inzetten, met al de middelen die de onze zijn. Binnen de Kerk, samen met vele anderen.
De uitdrukking “Ik doe mijn best en God doet de rest” is niet alleen een diepe wijsheid. Het is ook de kern van onze heilsgeschiedenis. De schepping van God is een doorlopend verhaal, tot op vandaag. Ook al kunnen de vormen die Gods voorzienige en zorgzame liefde aanneemt verrassen en heel verschillend zijn van wat wij zelf verwacht hadden. De gelovige mens is een hoopvolle mens die vertrouwvol de toekomst tegemoet gaat. Vertrouwen dat dat God de door Hem gestichte Kerk niet in de steek laat, maar haar blijft koesteren.


























