Ze hadden het eveneens over de vijandigheid en de argwaan die zij ervaren in hun onmiddellijke omgeving en in de ruimere cultuur. Ook bij jongere mensen.
Het praktische, vaak heel materialistische atheïsme van onze cultuur lijkt nog sterker te worden. Alsook de weerzin tegen de christelijke religieuze traditie die aan de grondslag ligt van die traditie.
Toegegeven. De almacht van de Katholieke Kerk in onze contreien heeft in vroegere tijden soms iets verstikkend gehad. Maar dat volstaat niet om een reële onverdraagzaamheid bij een deel van de jongste generaties te verklaren. Die zijn daar nooit mee geconfronteerd geworden.
Ik denk dat hun – soms agressieve – negativiteit ook te maken heeft met reële angst en jaloersheid. Angst omdat men intuïtief aanvoelt dat het Evangelie dat schijngeluk aanklaagt en doorprikt. Jaloersheid omdat atheïsme vaak gepaard gaat met wanhoop. En dan kunnen de christelijke hoop en vreugde iets volstrekt onuitstaanbaar krijgen.

























