In zekere zin was de jezuïetenorde hiermee het eerste slachtoffer van wat in de letterlijke zin populisme kan worden genoemd: afkeer voor en wantrouwen in de elite, hier een culturele elite. Veel van haar critici voelden zich intellectueel niet tegen haar opgewassen, vreesden haar daarom en verdachten haar van slinkse trucs.
Zo kreeg slim zijn een negatieve betekenis als sluwheid, werd discretie gezien als achterbaksheid, kreeg goed georganiseerd zijn de aanblik van een complot en werd een ingenieuze vondst een jezuïetenstreek. En vooroordelen leiden vaak een lang leven.


























