Ik schreef een recensie van deze intrigerende romans van nobelprijswinnaar Coetzee voor Ignis. Je kan ze hier lezen.
Hier heb je het eerste stukje:
Nooit hebben romans mij zo geïntrigeerd als deze Jezus-boeken van Coetzee. Ze vertellen het verhaal van een jongetje, David. David is een blijkbaar ouderloze kleuter. Hij wordt toevallig opgevangen door Simon, een wat oudere man, tijdens de bootreis naar hun nieuwe thuisland. Na verloop van tijd vindt Simon een soort moeder voor het kind, Ines. Alle drie zijn ze vluchtelingen. Het is niet duidelijk waarvoor ze op de vlucht zijn. Het vluchten lijkt een structureel gegeven dat als een rode draad door het hele verhaal is geweven. De relatie tussen de surrogaat-ouders en David verloopt moeizaam. Er is veel goede wil. Toch lukt het niet echt. De opvoeding van het kind is een onmogelijke zaak. Uiteindelijk sterft David, op 10-jarige leeftijd. De doodsoorzaak is mysterieus. Het lijkt er op dat het kind niet ontvangt wat het nodig heeft om voluit te kunnen leven. Het land en de cultuur waarin hij zijn korte leven doorbrengt lijken sterk op wat wij kennen. Tegelijk hebben ze iets onwezenlijk. Het functioneren van die samenleving komt vertrouwd over. Toch krijg je als lezer een steeds meer vervreemdend gevoel naarmate het verhaal zich verder ontwikkelt. Lees hier het vervolg.


























