Geen aantrekkingskracht meer “Mijn levensstijl valt onder de gelofte van armoede. Ikzelf heb erom gevraagd die te mógen afleggen. Deze gelofte betekent dat ik alles geef, maar ook alles krijg, als ik bijvoorbeeld oud of hulpbehoevend zou worden. Vóór die tijd, inmiddels dertig jaar geleden, was ik twee jaar advocaat. Ik had een goed inkomen en merkte dat geld een sterke aantrekkingskracht op mij had. Soms keek ik uit naar het einde van de maand omdat dan mijn salaris werd bijgeschreven. Ik verlangde dus dat mijn leven sneller voorbijging om mijn bankrekening te zien stijgen. Ik besefte: Nikolaas, dat kan toch niet?! Toch wel. Nu ik geen geld meer heb, is die aantrekkingskracht ook weg.
Ik vind het heerlijk om geen eigen vermogen te hebben, het is geen criterium meer of iets wel of geen geld oplevert, ik hoef me niet meer te bekommeren om beleggingen en dat soort zaken. Dat maakt me een vrijer mens, en beschikbaarder! Het enige criterium dat ik als Jezuïet nog heb, is: brengt het mij en anderen dichter bij Jezus, van Wie wordt aangenomen dat hij ook sober leefde? Om die navolging gaat het, en een bepaalde vorm van soberheid kán daaraan bijdragen. Want let wel: je kunt ook een goed christen zijn én schatrijk, als je dat geld maar goed inzet en er vrij van kunt blijven, er niet voor gaat leven.
Gelukkig door armoede
“Ik heb gekozen voor de weg die míj gelukkig maakt. En de gelofte van armoede maakt me gelukkig, anders zou ik het niet gedaan hebben. Geluk kan offers vragen, maar mijn roeping betekent dat ik Jezus navolg, en dát maakt gelukkig.
Je kunt ook hoogmoedig worden in je armoede, dat klopt. ‘Zie eens hoe arm ik leef, terwijl die sukkels maar achter geld aanlopen’. Of ik daar weleens last van heb? Die vraag heb ik mezelf nog nooit gesteld… De goede, evangelische armoede is geen verworvenheid, ook niet van mij. Ik moet me bij mijn soberheid dus blijven afvragen: heb ik hier Gods rijk mee voor ogen?”

























