In deze serie publiceer ik een aantal uittreksels, geselecteerd door Marc Desmet sj zelf.
Euthanasie: waarom niet? Marc Desmet sj, Lannoo, Tielt, ISBN 978 94 014 2666 4, 320 p., 19,99 €
Meer over dit boek
Bestel het boek via internet
Ik wil eruit stappen als ik het beste gehad heb, voordat het mindert
NUANCE: Nederlanders noemen dat het ‘voltooide leven’. Ik pleit voor het ‘vol-ledige’ leven.
In Nederland is ‘het voltooide leven’ een bekende uitdrukking geworden. Ik zou liever spreken van het vol-ledige leven. Dat is een paradoxale, mooie manier om over een vol leven te spreken. Er zijn dus verschillende vormen van volheid. (p. 165)
Je pense et je suis. Misschien heeft dit wel te maken met de discussie in Nederland over ‘het voltooide leven’. ‘Het voltooide leven’ gaat uit van je pense donc je suis: ik heb een bepaald idee van wie ik ben, van wat de voltooiing van mijn leven is, dus als ik daarmee niet meer overeenstem hoeft het niet meer. IKON maakte in 2010 in het kader van genoemde discussie een serene uitzending over mijn manier van communiceren bij het levenseinde, en nadien kreeg ik van een mij onbekende, vermoedelijk protestantse Nederlandse dame een mailtje: “Bij de overgangen van leven naar dood en van niet in de wereld zijn tot geboren worden hoort een mens volledig te zijn en u heeft dat begrepen.”
Nou, ik begreep niet wat de mevrouw precies bedoelde. Maar misschien heeft het toch iets te maken met Je pense et je suis. Het leven moet niet vol-tooid maar vol-ledig zijn bij de overgang. De ledigheid van het vol-ledig zijn is de ontkoppeling tussen je pense en je suis. Ik val niet samen met wat ik over mezelf denk, en wie dat doorheeft maakt de overgang anders dan wie wel samenvalt met zijn beeld. (p. 172-173)
Het ideaal in onze maatschappij lijkt de milde, zelfgekozen dood voordat het leven al te zeer verminderd is. Rond het sterven is er nochtans een volheid mogelijk die ik vol-ledigheid noem. Vol-ledigheid verwijst enerzijds naar het zachte van een ongekende volheid. Anderzijds herinnert vol-ledigheid aan het harde van de lediging en de ontlediging die ons dwingt datgene wat we waren los te laten en anders vast te houden. Als zorgverlener kan je soms de ruimte scheppen voor dat anders vasthouden.


























