Wat je nooit moet doen bij verstrooidheden, is ze met man en macht willen bestrijden. Maak je vooral niet kwaad of word niet ongelukkig. Dan geef je net toe aan de moeilijkheid. We kunnen onderscheid maken tussen 4 soorten verstrooidheden. Hier komt de derde soort.
3. Er zijn verstrooidheden die je gebed intenser kunnen maken en die je zelf dichter bij God kunnen brengen. Plots moet je denken aan een goede vriend die zwaar ziek is of komt de een of de andere noodsituatie in de wereld, dichtbij of veraf, voor de geest, of een opdracht die je moet uitvoeren.
ð Dit gaat niet meer over een onnozel vlindertje dat je zo maar kan wegjagen. Anderzijds, het is niet in de eerste plaats door je gebed dat je je vriend gaat genezen of dat je de honger uit de wereld gaat helpen.
ð Je kan het gewoon even bewust inbrengen in je gebed, aan God vragen dat Hij je vriend zou helpen, dat Hij hem nabij zou zijn … En zo blijf je gewoon verder in je meditatie of gebed ipv de weg helemaal kwijt te zijn.
Met andere woorden, je gaat die “verstrooidheden” gewoon een beperkte plaats geven in je gebed, en daardoor zal je ze ook snel weer kunnen loslaten. Dit is beter dan krampachtig te willen vasthouden aan wat je voorzien als inhoud van je gebed; wat je waarschijnlijk uiteindelijk nog meer uit je concentratie zou halen. Het is nu eenmaal zo dat je je gebed maar in zeer beperkte mate in handen hebt.


























