Graag dit uittreksel.
“Op een avond na de completen zocht ik tevergeefs mijn kleine lampje op de planken waar die lampjes normaal te vinden zijn. Het was groot silentium. Onmogelijk dus erom te vragen. Ik begreep dat een zuster het mijne meegenomen had in de mening haar eigen lampje te pakken te hebben. En ik had het lampje juist zo nodig.
Maar in plaats van er verdrietig om te zijn dat het mij ontnomen was, was ik erg gelukkig. Ik begreep dat armoede niet alleen erin bestaat het zonder aangename zaken te moeten stellen, maar zelfs zonder onmisbare. Zo werd ik in die uiterlijke duisternis innerlijk verlicht.”


























