Een franciscaan en een jezuïet waren goede vrienden. Beiden waren rokers en vonden het moeilijk om langere tijd te bidden zonder te roken. Ze besloten dan ook hun overste toestemming te vragen om te roken tijdens het bidden.
Toen ze mekaar terug zagen was de franciscaan terneergeslagen. Ik heb aan mijn overste gevraagd of ik mocht roken terwijl ik bad en zijn antwoord was “neen”.
De jezuïet moest lachen. Ik heb gevraagd of ik mocht bidden terwijl ik rookte. En hij antwoordde “natuurlijk”.
Dit is mijn favoriete jezuïetengrap. Ik lees er van alles in dat me dierbaar is als jezuïet en, ruimer, als christen.
5. Hoe dan ook, bidden
Hoe, waar of wanneer je het doet maakt op zich niet zoveel uit. Als je maar effectief tijd maakt voor gebed.
Er is geen christelijk leven mogelijk zonder gebed. Ik kan niet leven in verbondenheid met Jezus als ik niet regelmatig tijd vrij maak voor Hem. Een relatie vraagt dat je je erin investeert. Zo ook de relatie met Jezus. Liever een beetje meer dan een beetje minder.


























