Omdat hij in zijn nieuwe taak veel raad, denkkracht , personeel enz. nodig zal hebben bood ik hem al de mankracht van de jezuïeten aan. Hij was me hier dankbaar voor en hij zei dat hij graag wilde ingaan op mijn uitnodiging om met ons het een middagmaal te komen gebruiken in onze curie.
Ik voelde dat we helemaal op dezelfde golflengte zaten over de verschillende thema’s die we bespraken. Het werd me duidelijk dat we uitstekend zouden kunnen samenwerken in de dienst van de Kerk in naam van het Evangelie.
Er was rust, humor en wederzijds begrip aangaande het verleden, het heden en de toekomst. Ik verliet de ruimte met de overtuiging dat het boeiend zal zijn om met hem samen te werken in de wijngaard van de Heer. Toen ik wegging hielp hij me om mijn mantel terug aan te trekken, en vergezelde hij me tot aan de deur. Dat maakte dat ik nog recht had op enkele begroetingen van de Zwitserse wachten. Nog een jezuïtische hug, een uitstekende wijze om een vriend te ontmoeten en om vervolgens weer afscheid te nemen van hem.


























