De oude Kelten hadden een speciale gevoeligheid voor de wereld van de geesten. Ruim begiftigd met verbeelding, vonden zij de overstap van deze wereld naar de onzichtbare heel gemakkelijk te maken. Zij zegden dat de hemel en de aarde maar een meter van elkaar gescheiden waren, en dat op ‘de dunne plaatsen’ de afstand zelfs kleiner was! Het woord ‘dunne plaatsen‘ kunnen we ook gebruiken voor onze eigen ervaringen, wanneer we over onszelf heen in een ontzagwekkend, maar toch heel vriendelijk mysterie terechtkomen.
Er is niets eigenaardigs aan dat wij zulke ervaringen meemaken. De schepping is immers rijkelijk van goddelijkheid doortrokken. Die goddelijkheid omvat ons helemaal, en zij laat zich kennen, onvoorspelbaar, als wij ogen hebben die zien. Het gordijn tussen Gods wereld en wat wij ‘onze wereld’ noemen, wordt dikwijls voor een ogenblik weggetrokken om ons een blik te gunnen op ‘de overzijde’.
Thomas Merton zegt terecht dat de poort van de hemel overal te vinden is. Zoveel plaatsen waar schoonheid te vinden is! Een woest landschap, een verre berg, een prachtige zonsondergang, een sterrenhemel, of de bulderende zee, zoveel kan ons betoveren. Of nog, verliefd worden kan onze wereld helemaal herscheppen. Of het goddelijke laat zich zien in een glimlach, in de dunne vinger van een baby, in menselijke schoonheid, een vriendelijke opmerking, een stukje muziek. Het gelaat van een bedelaar, het oog van een van honger stervend kind, het verstilde stervensmoment van iemand die we liefhadden, kan ook de deur van ons hart openbreken.
Wees aandachtig voor zulke ‘dunne plaatsen’, want God kan in alle dingen gevonden worden. Onze Gewijde Ruimte wijst ons dagelijks naar Jezus, in wie het menselijke en het goddelijke op volmaakte wijze de ene Persoon vormen.


























