Daar hij geen kinderen heeft, en ook geen dichte familie aan wie hij, volgens de wet, zijn goederen moet nalaten, lijkt me zonder enige twijfel de beste oplossing, en ook de meest wijze, deze terug te schenken aan diegene van wie hij dit alles heeft gekregen, namelijk onze universele Gever, Leider en Heer, zodat zij kunnen aangewend worden voor rechtvaardige en heilige liefdadigheidswerken.
En het is beter dat hij al wat hij kan reeds in dit leven wegschenkt dan daarna. …
De heilige Gregorius, waar hij het heeft over de graden van volmaaktheid, vermeldt er in dit verband twee. Vooreerst een mens kan al wat hij bezit afstaan aan zijn ouders en aan zijn verwanten, om dan Christus onze Heer te volgen. Doch hij beschouwt als een hogere graad dat men datgene waar men afstand van doet aan de armen zou schenken, volgens de raad : ‘wil je volmaakt zijn …’ (Mt 19, 21)
Wat ik zou zeggen is dit. Het is beter je bezit aan de armen te schenken, wanneer de nood van je ouders minder groot is dan die van de armen die jouw verwanten niet zijn. Maar wanneer hun nood even groot is, dan moet je meer doen voor je ouders dan voor de anderen.


























