Tijdens het mediteren kan het gebeuren dat bepaalde gedachten blijven hangen: een of ander woord of vers krijgt een eigen gewicht. Het is het heel persoonlijke woord van God voor mij. Dat woord kan mij zo sterk raken, dat verder lezen en mediteren van binnenuit onmogelijk is. Ik word zo diep en indringend door God aangesproken, dat ik verlang te antwoorden. Hier heeft een overgang plaats van de derde naar de tweede persoon: er ontstaat een dialoog, een samenspraak. Ik spreek met God zoals een vriend met zijn vriend spreekt.
Op dit niveau speelt veel minder het verstand dan wel het hart, de diepere persoonskern mee. Het gebed wordt innerlijker. Meditatie gaat over in contemplatie. Naarmate ik meer contemplatief bid, wordt mijn gebed passiever: God zelf heeft het initiatief, God die mij meer en meer in bezit neemt. Tegelijk treedt een vereenvoudiging op: ik heb geen gedachten of woorden meer nodig, mijn hart verheft zich nu onmiddellijk tot God.
Pieter-Paul Lembrechts sj


























