Eén van de scherpste analyses komt van jezuïet Nikolaas Sintobin, die Mirjam van der Vegt in haar artikel aanhaalt. Het grootste verschil is volgens hem gelegen in angst. Protestanten hebben die volgens hem bovenmatig en katholieken doorgaans niet. Steeds is er bij protestanten de vraag of je wel goed genoeg bent, terwijl katholieken er gewoon op vertrouwen dat het wel goed zit. Ook hebben protestanten altijd zoveel ratio en woorden nodig om hun geloof in te vatten. Dat duidt volgens Sintobin niet op bewijsdrang, maar op bezwering van de angst: ‘Jullie moeten steeds bevestigd worden in het feit dat je een bevrijd mens bent’.
En dan – in dit Reformatiejaar – te bedenken dat het juist bevrijding van existentiële angst was die bij de monnik Luther resulteerde in een breuk met Rome!
Nog een stukje Sintobin: ‘Een protestant wil alles eerst zelf doorworsteld hebben voordat hij een echte relatie met God heeft. Hij moet in zijn eentje alles kunnen begrijpen, terwijl dat onmogelijk is. Samen ontdekken we hoe groot God is. Samen; dat is de gemeenschap nu, maar ook de generaties voor ons.’
Ter aanvulling: in het gesprek met Mirjam van der Vegt heb ik het ook gehad over de troeven en de kracht die ik meende te onderkennen bij onze protestantse geloofsgenoten.


























