In mijn levensverhaal heeft “de wet” steeds een voorname rol gespeeld. Ik kom uit een familie met veel juristen. Zelf heb ik me 9 jaar met de studie en de toepassing van het recht onledig gehouden. Komt daarbij een katholieke opvoeding waar het respect voor de regels van de christelijke moraal met de paplepel werd aangereikt. Niet zo vreemd dat ik de reflex heb om de wet hoog te achten.
Gisteren was ik de preek aan het voorbereiden voor het WE. Twee van de drie schriftlezingen gingen over de naleving van de Wet. De Wet van God, wel te verstaan. Ik merkte duidelijk een malaise mbt het thema van het respect van de wet. Een malaise die niet dateert van gisteren.
Reeds tientallen jaren trekt de wetgever in het Westen zich terug uit de morele sfeer. Personen- en familierecht, om maar één voorbeeld te noemen, wordt steeds meer waardenvrij. De traditionele christelijke waarden die een belangrijke inspiratiebron waren van deze rechtstak, zijn er in belangrijke mate uit weggehaald. In een samenleving waar die christelijke moraal minder als expliciet referentiekader wordt ervaren, is dit niet vreemd.
De zaak wordt problematischer voor wat de wetgeving over het begin en het einde van het menselijk leven aangaat. Dit wordt door de voorstanders van liberalisering doorgaans geplaatst onder de noemer van de zelfbeschikking. Ook hier is van alles voor te zeggen. Probleem is echter dat het hier niet enkel gaat over het eigen leven. Maar ook over dat van de – vaak uiterst kwetsbare en afhankelijke – medemens. Het ondermijnen van het absolute verbod van “Gij zult niet doden” dreigt het wederzijdse basisvertrouwen, dat aan de grondslag ligt van elke samenleving en cultuur, onderuit te halen. Dit vertrouwen is niet enkel belangrijk voor overtuigde christenen, moslims of joden.
Komt daarbij dat de wijze waarop kersverse wetswijzing inzake liberalisering van euthanasie voor kinderen tot stand is gekomen, niet beantwoordt aan de voorwaarden voor behoorlijke wetgeving. Het lijkt meer op een ideologische strijd waar spoed en revanchisme belangrijker zijn dan bezadigdheid, overleg en consensus.
Niemand is hiermee gebaat.
Voor mezelf merk ik dat mijn vertrouwen in de rechtsstaat verder afbrokkelt.


























