Het complex zelf bestond voornamelijk uit grote, gelijkvormige bakstenen gebouwen, met een of twee verdiepingen; keurig geordend in lanen, mooi onderhouden, met hier en daar een grasveld. Ik vermoed dat deze voormalige legerkazerne gebouwd was in het begin van de 20ste eeuw. Je zag er ook heel wat dubbele omheiningen, en enkele wachttorens.
Overal wandelden groepen toeristen. Opvallend veel jongeren. Allen rustig en stil.
Een deel van de gebouwen stond leeg. In andere waren uiteenlopende voorwerpen te zien. Bijzonder aangrijpend vond ik de kamers waar 4000 kg mensenhaar op één grote hoop lag, duizenden kinderschoenen kris kras door mekaar lagen, of nog, enkele honderden lege blikken gifgas. Ook de cel waarin Maximaiaan Kolbe de hongerdood stierf is mij bijzonder bijgebleven.
Auschwitz gaat door voor een van de plekken waar, gedurende de hele mensengeschiedenis, het kwaad in zijn meest absolute vorm heeft getierd. De lectuur van talrijke aubiografische en andere documenten heeft mij hier grondig van overtuigd. Misschien is het net daarom dat voor mij het meest confronterende van dit bezoek de alledaagsheid was van het kader waar het voormalige concentratiekamp van Auschwitz was en is gehuisvest. Afgezien van een aantal symbolische voorwerpen en constructies was daar zo goed als niets te zien dat verschillend was van andere plaatsen en gebouwen waar mensen in die tijd leefden en werkten. Of nog, het leek in de eerste plaats op een museum als een ander.
Nu weet ik wel dat het daar zo’n slordige 70 jaar geleden anders zal uitgezien en geroken hebben dan wat wij te zien hebben gekregen. Toch is het vooral deze ervaring van banaliteit die mij is bijgebleven van mijn eerste bezoek aan een concentratiekamp.
Het kwaad is niet uitzonderlijk. Zelf in zijn meest gruwelijke verschijningsvormen vooronderstelt het geen bijzonder kader. Het is ook niet voorbehouden voor een aparte categorie van mensen. Het kwaad heeft iets schrikwekkend gewoon. Zonder dat we het beseffen, loert het om de hoek. Ook vandaag. Neen, ik neem me niet voor om voortaan argwanend of angstig te zijn. Daar is niemand bij gebaat. Wel om waakzaam te zijn. Voordien verschenen in Ignis Webmagazine


























