“Partir c’est mourir un peu (weggaan is een beetje sterven) zeggen de Fransen, maar de werkelijkheid overtreft vaak die kerngedachte. Zou de kunst van het leven erin kunnen bestaan om elk moment weer afscheid te nemen van alles wat ons bezighoudt en van wat ons dierbaar is? En moet die levenskunst dan niet van kleins af aan geleerd en begeleid worden?
Moeten we ook leren afscheid te nemen van het beetje leven dat we moeizaam voor onszelf verworven hebben? Wordt ons niet zo gaandeweg de zin van het bestaan geopenbaard als een tocht naar die ultieme ontmoeting met Iemand van wie we nooit afscheid moeten nemen, Iemand die op de uitkijk staat naar ons om ons in een grenzeloze vriendschap te omarmen en te behouden voor altijd?
Partir c’est mourir un peu wordt dan partir pour rencontrer et vivre sans fin. Blij zijn. Ja, we mogen als christenen verheugd en hoopvol zijn, zeker in een tijd arm aan symboliek.
Zomaar mogen bestaan!” (p 41)


























