De Heilige Geest – niet jij – is de hoofdpersoon in je gebed. Als je bidt, dan is Hij aan het werk in jou (Rom 8,26). Dit herinnert me aan een oude Latijnse uitdrukking voor als je een langere tijd aan gebed besteedt, zoals bij een retraite, namelijk: “vacatio Deo”. Het betekent tijd vrij hebben voor God, vrij zijn voor God, een vakantiedag met God. De tijd die je aan gebed besteedt, gaat verder dan wat nuttig is voor jezelf.
Gebed is niet nuttig: gebed is van een andere orde. Wil je tijd maken voor persoonlijk gebed, laat dan je gewone dagelijkse bezigheden los, en maak je als het ware vrij en beschikbaar voor God. Wat jij aanbrengt voor je gebed is je eigen ik, je tijd en je verlangen met God te zijn. Kom met een open hart om langzaam door de Geest te worden omgevormd. Dit alles betekent voor jou wel hard werken. Het is jouw bijdrage voor het gebedsgebeuren in jou!
De andere partner is de Geest. Die heeft een agenda, is met jou iets goddelijks van plan. De Geest werkt in de diepte, vormt je om, tot je op Christus gaat gelijken. Je ondergaat God! Je bent daarbij eerder passief dan actief. Denk aan een schilder die aan het werk is op zijn doek, of aan een beeldhouwer die een houtblok bewerkt. Nog beter, zie jezelf in een danszaal staan, wachtend op iemand die je op de dansvloer ten dans uitnodigt. Al wat je kunt doen is er zijn, wachtend, verlangend. Dat is genoeg. Van de uitnodiging mag je zeker zijn.
Finbarr Lynch sj


























