“In het begin van mijn geestelijk leven, toen ik zo’n dertien, veertien jaar was, vroeg ik me af waar ik later nog vooruitgang in kon boeken. Ik dacht ik de volmaaktheid onmogelijk nog beter begrijpen kon.
Algauw heb ik ingezien dat hoe verder iemand op deze weg komt, hoe meer hij verwijderd denkt te zijn van het doel. Nu berust ik erin mezelf nog altijd onvolmaakt te zien en vind ik er mijn vreugde in.”


























