Tussen het slapen door opende hij af en toe even de ogen. Telkens weer keek Maarten om zich heen met blij verraste ogen. Wat heerlijk toch dat jullie hier allen zijn, zeiden die ogen. Hoe zou dat toch komen? Wat bijzonder. Een minuut of wat later dommelde hij weer in, om snel daarna opnieuw, met even grote verbazing en vreugde, vast te stellen dat zijn vriendengroep rondom hem was verzameld.
Door zijn dementie leefde Maarten helemaal en uitsluitend in het nu. Het verleden bestond niet meer. De toekomst had niet langer betekenis. Het resultaat was een groot vermogen tot verwondering. De gewone werkelijkheid was elke keer weer helemaal nieuw. Ik voelde me verdrietig. Tegelijk was ik ontroerd telkens ik die kinderlijk verwonderde blik zag. Had onze vriend Maarten het besef van de tijd verloren? Of beleefde hij de tijd net ten volle? Duidelijk was in zeker dat hij, op zijn manier, volop genoot van elk ogenblik dat hem nog was gegeven.
Nikolaas Sintobin sj


























