Toen ik student was en nog thuis woonde, ging ik Rudy wekelijks bezoeken op de grote afdeling waar hij verbleef, samen met een 40-tal andere mannen. De laatste 20 jaar zijn de bezoeken uiteraard minder talrijk. Af en toe een kort telefoontje – Rudy is nl bijzonder snel uitgepraat. En als ik in de buurt kom, spring ik eens binnen.
Veel ander bezoek krijgt Rudy niet. Benevens mij heeft hij nog twee – oudere – vriendinnen. En daarmee is de kous af. Een kinderhand is evenwel snel gevuld. Zo ook die van Rudy.
Rudy was bijzonder fier op dit feestmaal. Zijn huisbewoners, de begeleiders en zijn voogd waren uitgenodigd, samen met de drie vrienden. Het bijzondere was dat Rudy zélf de echt lekkere maaltijd betaalde. Voor zover ik weet, een première. Rudy is normaliter – excuseer me de uitdrukking – hondegierig. Hij geeft geen cent uit en aanvaardt ook niet dat zijn vrienden hem iets aanbieden of trakteren. De vreugde dat hij zijn spaarcenten dan toch eens mocht en vooral wilde aanspreken was dan ook des te groter.
Hoef ik te zeggen dat de sfeer heerlijk was. Niet dat de conversatie erg verheven was. Maar Rudy glunderde zo. En even zo zijn huisgenoten – met gemiddelde verstandelijke leeftijd van 6 à 7 jaar. Hoogtepunt was de speech die een van de jongens hield. Een stokoud mannetje van 61 jaar. Hij sprak welgeteld 3 minuten. De inhoud was – objectief gesproken – nihil. Maar hij deed met zo’n overtuiging, sérieux en vriendschap dat hij een daverend applaus kreeg.
Wie zei daar ooit: “Zalig die arm zijn van geest”.


























