Denk aan Gerry. Hij is 18 en besteelt weerloze mensen om zijn drugsverslaving te kunnen voldoen. Waarom? Omdat drugs het enige middel zijn om te kunnen leven met zijn verleden: als kind werd hij seksueel misbruikt. Hoe kijkt God, een God van medelijden, naar Gerry? Ik durf niet te beweren het te weten. Ik twijfel eraan of er hier wel ergens een redelijke oplossing te vinden is. Maar liefde bereikt vreemde dingen.
Een moeder kwam eens naar me en zei: “Pater, Ik weet niet wat ik moet doen. Mijn zoon is een drugsgebruiker. Hij is al dikwijls naar mijn huis gekomen om me geld te vragen, en als ik geen geld heb om hem te geven, dan gooit hij alle ruiten in de kamer aan diggelen. Soms heeft hij mij zelfs geslagen omdat ik geen geld voor zijn drugs had. Ik weet niet wat ik moet doen.” “Waar is hij nu?”, vroeg ik. “Declan zit in de gevangenis, Pater, en voor het eerst in vijf jaar heb ik nu wat rust.” “En ga je hem ooit bezoeken?”, vroeg ik. “Iedere zaterdag ga ik hem bezoeken, zonder een keer over te slaan. Hij blijft toch nog altijd mijn zoon, niet?”
Declan heeft haar nooit sorry gezegd, maar zij kon wel zeggen: “Hij blijft toch nog altijd mijn zoon, niet?” Van haar leerde ik heel wat over liefde en over God, en over hoe ook ik zou moeten liefhebben.
Een anonieme Ierse jezuïet


























