Ik heb de beelden bekeken. Ook die van haar medezusters die achter de coulissen in trance lijken te gaan bij het daverende applaus dat Cristina oogst. Zelf vind ik dit eigenlijk niet zo leuk. Ik houd een onbehaaglijk gevoel over aan deze beelden. Ik ben even op zoek gegaan waarom.
Geen haar aan mijn hoofd dat eraan twijfelt dat die jonge vrouw de beste bedoelingen heeft. Ongetwijfeld hopen zij en haar medezusters oprecht hiermee, rechtstreeks of onrechtstreeks, iets van het Evangelie te kunnen doorgeven. Ik twijfel echter aan de zinvolheid van deze “strategie”.
Een dergelijk initiatief lijkt al te zeer te spelen met het vooroordeel dat vrouwelijke religieuzen – en bij uitbreiding alle christenen – a priori wereld- en cultuurvreemde wezens zijn die slecht in hun vel zitten. En wel op zo’n wijze dat het vooroordeel eerder versterkt wordt dan ontkracht. Is het immers niet zo dat de uitzondering de regel bevestigt?
Bovendien heeft de ervaring van de tweede helft van de vorige eeuw aangetoond dat dit soort experimenten – denk maar aan Soeur Sourire o.p. en Père Aimé Duval s.j. – doorgaans slecht afloopt. Niet omdat dit soort performance an sich slecht of verderfelijk zou zijn. Want dat is niet zo. Wel omdat het godgewijde leven en de showbizz om allerlei, nogal voor de hand liggende, redenen niet samengaan. Zelf houd ik van de media, ook van de televisie en van zijn eigen “litteraire genres”. Ik heb de voorbije jaren meerdere malen de gelegenheid gehad om er actief aan mee te werken. Steeds echter vanuit mijn eigenheid als religieus.
Ben ik nu een oude zeurkous aan het worden?


























