In 1883 kwam Bakhita in de huishouding van de Italiaanse consul in Kartoem. Hij nam haar mee naar Italië, waar ze in 1889 officieel werd vrijgelaten. De littekens van haar slavernij, zowel lichamelijk als geestelijk, waren echter definitief. In Italië werd ze christen. Uiteindelijk sloot ze zich aan bij de Zusters van Liefde van Canossa. In 1896 legde ze haar kloostergeloften af. Ze werkte als kokkin, portierster en ziekenzuster.
Haar bijzondere charisma maakte haar snel tot een plaatselijke beroemdheid. Ze kreeg de koosnaam Madre Moretta, Zwarte Moeder. Hoewel de gevolgen van haar slavernij haar voortdurend pijnigden en nachtmerries haar achtervolgden, gaf ze veel liefde en warmte aan talloze mensen.
Mensen zochten haar op om haar verhaal te horen. Ze werd een symbool van vergeving en geloof. Een studente vroeg Bakhita ooit wat ze zou doen mocht ze haar kidnappers en beulen opnieuw ontmoeten. Ze antwoordde dat ze op haar knieën zou vallen en hen de handen zou kussen. Immers, zonder die kinderroof zou ze nooit in Italië terechtgekomen, christen geworden zijn en het leven geleid hebben dat haar te beurt was gevallen.
Op haar sterfbed vroeg Bakhita, ijlend, of men haar kettingen iets minder hard kan aanspannen omdat ze zo’n pijn deden. Op 8 februari 1947 overleed ze, 78 jaar oud. Haar leven getuigt van ongelooflijke moed en liefde. In 2000 werd Josephina Bakhita heilig verklaard.
Nikolaas Sintobin sj


























