“Sinds de laatste oorlog met Israël leef ik alsmaar in angst. Er is altijd gevaar. Die voortdurende angst voor mijn leven en voor dat van mijn dierbaren weegt. Ik heb geen vertrouwen meer in de mensen van mijn land. Maar ik vertrouw wel op God. Ik haal kracht uit mijn gebed. Ik weet dat God zorgt voor mij en voor mijn gezin.”
“Nu ja, vervolgde Amal, iedereen heeft wel ergens schrik voor. Dat zal bij jullie ook wel zo zijn.”
Goede vraag. Wat maakt mij angstig? En belangrijker nog, in wie of in wat heb ik vertrouwen?

























