In deze serie publiceer ik een aantal uittreksels, geselecteerd door Marc Desmet sj zelf.
Euthanasie: waarom niet? Marc Desmet sj, Lannoo, Tielt, ISBN 978 94 014 2666 4, 320 p., 19,99 €
Meer over dit boek
Bestel het boek via internet
Als ik nu wil sterven, dat is toch mijn zaak.
NUANCE: Zeker, maar je hebt wel hulp nodig, eigenlijk hulp bij jouw zelfdoding. Dit heeft zo zijn gevolgen voor de arts, voor de omgeving en voor de maatschappij. (p.72)
De euthanasiepraktijk betreft niet alleen de zieke. Ze treft ook de maatschappij. Een van de meest fundamentele risico’s omschrijf ik als de verschuiving van euthanasie naar hulp bij zelfdoding.
Hiermee bedoel ik niet het subtiele onderscheid tussen levensbeëindiging door een dodelijk drankje of door een spuitje van een arts. Veeleer bedoel ik dat euthanasie nog minder vanzelfsprekend wordt wanneer een persoon nog vele jaren kan leven, en dus niet strikt terminaal is. Denk aan de euthanasie van Hugo Claus bij dementie in een beginnend stadium.
Nog minder evident is euthanasie bij mensen met een chronisch ondraaglijk psychisch lijden. Chronisch depressieve personen kunnen enorm lijden maar ook nog tientallen jaren leven, en een onverhoopte ommekeer in de beleving is nooit helemaal uitgesloten. Toch lijkt euthanasie bij bejaarde levensmoeë mensen met veel kwaaltjes maar zonder zware ziekte nog vergaander.
Wat te denken tenslotte van mensen die zelfs niet ziek zijn maar euthanasie vragen omwille van hun ‘voltooid leven’: ik heb mijn doel bereikt, mijn kinderen en kleinkinderen hebben hun weg gevonden en wat voor mij rest zal enkel minder zijn – bij het ‘voltooide leven’ is geen sprake meer van ‘ondraaglijk lijden’, oorspronkelijk toch de grote drijfveer voor het euthanasieverhaal? Gaat het daar niet puur om zelfbeschikking of gewoon het recht op hulp bij zelfdoding?
Het karakter van euthanasie verschuift bij de diverse types dus meer en meer naar geassisteerde zelfdoding. Dit stelt grote vragen naar onze maatschappij die sowieso reeds gekenmerkt wordt door een hoog zelfdodingscijfer, maar ook naar de rol van de arts. Moet hij of zij zorgen voor een niet eenzame, ‘propere’ geassisteerde zelfdoding? Wordt de arts de assistent van de dood, ik bedoel: niet alleen als ver-zorger maar ook als be-zorger van de dood, zelfs buiten de context van een medisch probleem?
(pp. 74-75)


























