Tomas Kiss is een Hongaarse joodse jongen van 14 jaar. In 1944 wordt hij naar Auschwitz gedeporteerd. Hij is een van de weinigen uit zijn familie die het overleeft. Met vallen en opstaan bouwt hij nadien een mooi leven uit. Over zijn verleden praat hij nooit. Ook niet met zijn vrouw of zijn vader, de enige andere uit het gezin die levend terug is gekomen. Hij weigert dit bewust wegens ondraaglijk. Kiss wordt uiteindelijk een beroemdheid in de Parijse modewereld. Een eigen modehuis lanceren lukt echter niet. Daarvoor is hij te angstig. Die angst neemt alsmaar toe. Net als de nachtmerries over de nare herinneringen uit de concentratiekampen. Aan het einde van zijn lange leven gaat hij in op het verzoek van een ver familielid, de schrijfster Véronique Mougin, om zijn levensverhaal te vertellen (Où passe l’aiguille, 2018). Na vele jaren is Tomas Kiss nu toch in staat om het in de ogen te kijken. De uiteindelijke, moeizame acceptatie van het drama van zijn leven geeft hem eindelijk rust.
Aanvaarden of accepteren, Is het überhaupt mogelijk of zelfs wenselijk? Wat is accepteren eigenlijk? Wat moet je dan wel aanvaarden? En zo ja, hoe doe je dat?
Accepteren kan een vervelende bijklank hebben. Het wordt soms gebruikt als synoniem voor je neerleggen bij. Het kan dan samengaan met woorden als passiviteit, ondergaan, loser, lafheid, lijdzaam enz. Maar we leven in een cultuur van maakbaarheid. Je moet je leven in eigen handen nemen, toch? Keuzes maak je zélf. En wel helemaal. Anders ben je niet echt. Tegelijk weten we maar al te goed dat er heel wat zaken zijn waar je niet zelf over beslist. Of toch maar in beperkte mate. Denk aan je genen, het gezin waarin je geboren bent, dingen die anderen je hebben aangedaan, of nog, de dood van een geliefde. Wat doe je daar dan mee? Toch maar accepteren? Willens nillens? Nikolaas Sintobin sj


























