Door Johan Verschueren SJ
Er is overeenkomst tussen ignatiaans gebed en het gebed van Ignatius, en er is onderscheid. Dat kan helpen om tot een eigen invulling en vormgeving van het bidden in de ignatiaanse traditie te zoeken.
Om het artikel als PDF te lezen kunt u hier klikken.
Verleden jaar vroeg men mij om een Brondag te verzorgen in Drongen en er een lezing te geven over het “ignatiaanse gebed”. Lang heb ik geaarzeld, want ik wist eerlijk gezegd niet goed wat ik moest aanvangen met dit thema. Wat moeten we ons voorstellen bij het “ignati aanse gebed”?
Na mijn noviciaat, een kleine twintig jaar geleden, groeide mijn eigen gebedsstijl. Door de jaren heen zag ik mijn gebed evolueren. Naast momenten van intens en evident gebed waren er lauwe perioden en zelfs perioden van duisternis waarin het gebed gewoon onmogelijk leek. Ondanks die veranderlijkheid naar vorm en inhoud heb ik me al die tijd thuis gevoeld in de geestelijke school van Ignatius.
Als men mij dus vraagt wat het ignatiaanse gebed is, kan ik daar niet zomaar op antwoorden. En het antwoord dat men wel eens placht te geven: “Het contemplatieve gebed zoals het wat de vorm betreft gepresenteerd wordt in de Geestelijke Oefeningen (GO) van Ignatius”, kan niet míjn antwoord zijn. Het zou een te smal antwoord zijn, dat het ignatiaanse gebed veran kert in een veilige haven zonder ooit het ruime sop te kiezen, met het risico voorgoed te stran den in een geestelijk droogdok.
Mijn antwoord op de vraag naar de aard van het ignatiaanse gebed is dus een persoonlijk ant woord. Maar ik wil mij ook niet beperken tot een strikt individuele opinie. Mijn antwoord wil duidelijk ingebed zijn in de ignatiaanse traditie en het wil tegelijkertijd een pleidooi zijn om een persoonlijke gebedsstijl te ontwikkelen. Het startpunt van Ignatius’ geestelijke weg was niet anders: hij ontwikkelde een eigen gebedsstijl vanuit een verankering in de christelijke spirituele traditie.
Ignatius stond in een bestaande contemplatieve traditie
1. Het ignatiaanse gebed is geen uitvinding van Ignatius. Hij staat in een reeds bestaande traditie. Zonder in details te willen treden, is het goed zich te herinneren dat Ignatius tijdens zijn herstelperiode in Loyola enkele geestelijke klassieke werken las die een grote invloed op hem en zijn gebedsstijl zouden krijgen. Het belangrijkste werk was wellicht “Het Leven van Christus” van Ludovicus van Saksen (Ludovicus de Karthuizer), een werk uit de 14de eeuw. Ik had het geluk dit omvangrijke werk in te kijken tijdens mijn “derde jaar”. En het trof me hoe sterk de structuur van de contemplatieve oefeningen in Ignatius’ Geestelijke Oefeningen overeenkomt met wat Ludovicus voorstelt als een contemplatief gebed. Bovendien komen sommige gewone oefeningen van de Tweede en Derde Week uit de Geestelijke Oefeningen eerder uit Ludovicus’ werk dan uit het evangelie!

























