Door Sabine Van Huffel
Dit artikel is een getuigenis over de betekenis van het gebed in het leven van de schrijfster: hoe zij heeft leren bidden met het evangelie vanuit de ignatiaanse spiritualiteit, hoe zij dit bidden ervaart en hoe zij het verder beleeft in haar dagelijks leven. Een grote rol in de ontwikkelingen die ze beschrijft is weggelegd voor Adriaan, haar zoontje dat is overleden op 2-jarige leeftijd.
Dit lange artikel (30 blz) over het gebed kun je ook lezen als pdf.
Ik ben opgegroeid in Nazareth, een dorp op een twintigtal kilometer van Gent, als tweede oudste in een katholiek gezin van vier dochters. Als kind heb ik van thuis uit het geloof meegekregen en geloofde en prakti seerde ik zoals mijn ouders het me voordeden. Wekelijks gingen we naar de zondagsmis en dagelijks prevelden we ons gebed bij het eten en vóór het slapengaan. Tot mijn 21ste was dit mijn gebedsleven en ik ervaarde het als sterk uitwendig, het stond als het ware buiten mijn ei genlijke levenskern.
Op het moment dat ik me vele vragen stelde rond mijn geloofsbeleving en ernaar verlangde me het geloof eigen te maken, hoorde ik via mijn zus over Taizé praten. Hoe zij met stilte omging intrigeerde me en zette me aan om de stap naar Taizé te wagen, samen met een vriendin. Het werd een prachtervaring om mee te mogen vieren met deze oecumeni sche gemeenschap van broeders rond de bezielende stichter Roger Schutz en me omringd te weten door zoveel jongeren, even zoekend als ikzelf en even bezield. Hier lééfde het geloof en werd het een deel van mezelf.
Ik leerde er vooreerst dat de bijbel niet enkel het verhaal van Jezus is maar ook het verhaal van mijn eigen leven. Zo werden Jezus’ dood en verrijzenis in Taizé elke week gevierd en deze confrontatie deed me te rugblikken in eigen leven waar ik vaststelde hoe dikwijls ik zelf dood en verrijzenis meemaakte in tegenslagen. Ten tweede heb ik ginds geleerd wat het echte geluk inhoudt. Vóór Taizé liet ik mijn geluk afhangen van hoe anderen over mij dachten en dit werd bepaald door de mate waarin ik welbespraakt was, mooi, intelligent, cultureel, enz. In feite voelde ik me nooit echt gelukkig omdat ik altijd keek naar mijn gebreken. In Taizé leerde ik voor het eerst mezelf aanvaarden, zoals ik was, en voelde ik me bemind door God die me zo aanvaardde als mens, in al mijn gebrokenheid. Dit besef bepaalde mijn echte geluk, mijn innerlijk geluk. In de ogen van God ben ik diep bemind. Dit schonk me innerlijke vreugde.

























