Een man kwam langs, met zijn dochtertje en hun hond. De man kocht een krant voor zichzelf en een zeepbellenbusje voor zijn dochter. Zij gingen naast me zitten. De man geraakte helemaal verdiept in zijn krant. Het meisje blies vrolijk zeepbelletjes. Telkens een bel in het zonlicht kwam, was ze duidelijk in verrukking door de magische kleuren. De hond sprong op naar iedere bel en trachtte die te pakken te krijgen. Maar zodra hij met zijn snoet de bel aanraakte, spatte die uit elkaar.
Ik vroeg mijzelf af: ‘Wat leert mij nu meer over het Rijk Gods – de machtige basiliek met al haar stellingen of de vreugde van dit meisje over de schoonheid van de wereld, weerspiegeld in haar zeepbelletjes?’ De hond wees mij erop dat, zodra wij het mysterie trachten vast te grijpen en het vast te pinnen in onze eigen categorieën, woorden en meningen, wij het vernielen.
Als we denken dat we het te pakken hebben gekregen, dan zijn we het kwijt. Margaret Silf


























