Een franciscaan en een jezuïet waren goede vrienden. Beiden waren rokers en vonden het moeilijk om langere tijd te bidden zonder te roken. Ze besloten dan ook hun overste toestemming te vragen om te roken tijdens het bidden.
Toen ze mekaar terug zagen was de franciscaan terneergeslagen. Ik heb aan mijn overste gevraagd of ik mocht roken terwijl ik bad en zijn antwoord was “neen”.
De jezuïet moest lachen. Ik heb gevraagd of ik mocht bidden terwijl ik rookte. En hij antwoordde “natuurlijk”.
Dit is mijn favoriete jezuïetengrap. Ik lees er van alles in dat me dierbaar is als jezuïet en, ruimer, als christen.
4. God in alle dingen
Natuurlijk kan je bidden tijdens het roken. Dat vermoed ik toch, ik ben namelijk zelf geen roker. Zelf kan ik God ook vinden in de natuur, in een goed gesprek of in kunst. Gods aanwezigheid is gelukkig niet enkel te ervaren op zondagmorgen of bij het bidden met de Bijbel.
Gevoeliger worden voor God heeft veel te maken met oefening. En met het geloof dat God een scheppende God is, die nooit ophoudt zijn goedheid en zijn schoonheid aan te bieden. In alle dingen.


























