O, een fata morgana, denkt hij, een luchtspiegeling. Hij nadert de oase, maar ze verdwijnt niet. Duidelijk ziet hij de dadelpalmen, het gras en vooral de bron. Natuurlijk een honger-fantasie, een dorst-illusie, denkt hij, die mijn half-waanzinnige hersenen mij voortoveren. Zulke fantasieën krijg je gemakkelijk in mijn toestand. Projectie! Nu hoor ik zowaar het water kabbelen. Ook nog een gehoor-hallucinatie! Wat is de natuur toch wreed.
Korte tijd later vinden twee bedoeïenen hem dood. Zegt de een tot de ander: ‘Begrijp jij dat nou: dadels groeien hem bijna in de mond en hij is verhongerd; hij ligt vlak bij de bron en is van dorst omgekomen. Hoe is het mogelijk?’ Antwoordt de andere: ‘Het was een moderne mens, gestorven van vrees voor projectie’.
Piet Van Breemen sj


























