We willen niet eeuwig vertoeven op rondzwevende wolkjes. We dromen van eeuwenoude bomen, van witte stranden en van malse grasvelden. We kijken reikhalzend uit naar de blauwe lucht, naar trouwe honden en naar sterke paarden. We verlangen te werken, te spelen en te beminnen. We bezitten een lichaam. We willen lichamelijk contact. We willen zo goed mogelijk gebruikmaken van ons lichaam.
God beseft heel goed dat we verlangen naar de Hof van Eden, het paradijs op aarde. Hij verlangt ons de Tuin van Eden terug te geven. God zal een nieuwe aarde scheppen, zonder zee. De zee is namelijk een oeroude beeldspraak van chaos en dood. Dus ik doe mezelf en mijn zoon geloven, dat de Hemel ongeveer hetzelfde zal zijn als een thuis. Maar dan wel een tikkeltje beter.
Jessica Mesman Griffith


























