De persoonlijke verantwoordelijkheidszin van protestanten uit zich ook in de geloofsvorming. Als ik de boer opga om protestantse groepen toe te spreken dan is dat publiek doorgaans talrijker en jonger dan als ik te gast ben bij katholieken. Protestanten willen zélf hun geloof begrijpen. Hun vertrouwdheid met de Bijbel en met de theologie is een troef, in het bijzonder in een context waar de omringende cultuur niet langer dragend is voor christenen, maar bevragend en soms als vijandig wordt ervaren. Katholieken hebben de gewoonte om dit denkwerk over te laten aan hun clerus. Voor hen is het geen must om alles zelf te snappen. Het is de gemeenschap van de Kerk die drager is van het geloof. Op zich is dit een waardevol spanningsveld. Het wordt problematisch als de clerus uit het landschap verdwijnt en de band met de gemeenschap losser wordt.
Langs protestantste zijde lijkt de “kennisdruk” me ook reële schaduwzijden te hebben. Wij moeten over alles een eigen mening hebben, zei een jonge protestantse vrouw me. Ze ervoer dit als een last. Zelf ben ik voldoende vertrouwd met exegese en theologie om te weten hoe complex en subtiel beide wetenschappelijke disciplines zijn. Ik ben niet steeds onder de indruk van wat ik hoor uit de mond van protestantse amateur-exegeten en –theologen, hoe goed hun bedoelingen ook zijn. Van een troef kan die nadruk op persoonlijke studie een bron van verwarring, pijn, angst en frustratie worden. Met soms aanstootgevende gevolgen als die zelfverklaarde exegeten en theologen het publieke forum betreden.
Nikolaas Sintobin sj


























