Handelingen 2,1-11 1 Corinthiërs 12,3b-7.12-13 Johannes 14,15-16.23b-26
Vandaag vieren we het einde van de paascyclus: eerst veertigdagentijd, Goede Week en Paasfeest, vorige week Hemelvaart en vandaag het Pinksterfeest. We zijn het gewoon. Het komt elk jaar terug. Nochtans is het, op zijn zachtst gezegd, een vreemde aaneenschakeling: een doorgoed Mens wordt tijdens een schijnproces veroordeeld en wordt op een wreedaardige wijze ter dood gebracht. Zijn volgelingen laten Hem in de steek. Na enige tijd blijkt dat Hij opnieuw leeft. Geleidelijk aan vatten zijn voormalige vrienden en vriendinnen terug moed en beginnen opnieuw gemeenschappen te vormen. Af en toe ontmoeten zij hun verrezen Heer, maar ze hebben het moeilijk om Hem te herkennen. Toch geven die ontmoetingen hen moed en kracht. En als ze dan geleidelijk aan ervan overtuigd beginnen te geraken dat Jezus terug leeft, stijgt Hij op naar de hemel en verdwijnt voorgoed uit hun midden. Nog zo iets eigenaardigs. Vandaag krijgen we dan de kers op de taart, het pinksterfeest: vlammetjes op de hoofden van de eerste gelovigen.
Een toch wel ongewone reeks gebeurtenissen. Zeker weten. Ongeloofwaardig? Mocht deze verhalencyclus echt ongeloofwaardig zijn, dan denk ik dat wij hier, bijna 2000 jaar later, niet meer samenkomen om ernaar te luisteren.
Waar gaat het precies over in het feest van Pinksteren? Het gaat, noch min noch meer, over de voltooiing van de menswording van God. Gedurende een goede 30 jaar hebben mensen het voorrecht gehad om te leven met Jezus, de Christus. Na de verrijzenis van Jezus is dit nog even verder gegaan, tot aan de Hemelvaart. Met het feest van Pinksteren, kort na de Hemelvaart en dus het einde van de fysieke aanwezigheid van de Heer onder de mensen, begint het nieuwe tijdperk waarin wij tot op vandaag nog leven: het tijdperk van de Geest.
Jezus, voor of na zijn verrijzenis, kon niet altijd en overal bij iedereen aanwezig zijn. De Geest van God wel. De Helper, zoals Hij het Johannesevangelie genoemd wordt, is voortaan altijd bij elk van ons. De voltooiing van Gods menswording betekent met andere woorden dat de Geest van God voortaan aanwezig is in ons diepste wezen. Ja, God woont in elk van ons. Durven en willen wij dit geloven?
Wat doet die Geest dan in ons?
De lezingen van vandaag zijn daar heel helder over. Het verslag over het eerste christelijke pinksterfeest in de Handelingen van de apostelen merkt op dat de meest verschillende mensen mekaar gaan begrijpen. Mensen die totaal verschillende talen spreken stellen verwonderd vast dat zij van mekaar snappen wat zij bedoelen. En in de Eerste Korinthïersbrief getuigt Paulus ervan dat die ervaring van verbondenheid zich verder blijft ontwikkelen tussen mensen van alle rangen, standen en talen.
In het Johannesevangelie legt Jezus het zelf uit. Wat is het toch dat die fameuze Helper, de heilige Geest in ons verricht? Ik citeer Jezus zelf: “De Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.” Hebben wij dat goed gehoord? De Geest, die altijd bij ons blijft, wil onze persoonlijke coach zijn. Hij wil, met eindeloos geduld, keer op keer opnieuw uitleggen en doen begrijpen wat Jezus ons geleerd heeft. Met andere woorden, het is God zelf die zich engageert om ons bij te staan om steeds meer te leren leven volgens het Evangelie. God heeft zich niet alleen helemaal aan ons gegeven in zijn Zoon om ons zijn liefde te leren kennen. Op het Pinksterfeest gedenken we dat Hij zich volledig aan ons blijft geven in zijn Geest om ons te helpen steeds meer te leven vanuit zijn liefde.
Er is maar één voorwaarde, zegt Jezus: dat wij onze ogen richten op Hem en Hem proberen lief te hebben. Als wij ons, met andere woorden, aan God toevertrouwen, dan zal Hij ons tonen wat we verder moeten doen.
Durven en willen wij dit geloven? Zijn wij bereid om deze belofte van Jezus ernstig te nemen en willen wij hier aanmeewerken? De Heer geeft ons zijn Geest, helemaal. Aan elk van ons om, op onze beurt, onze handen, voeten, ogen, oren, ogen, verstand … alles wat wij hebben en zijn, ter beschikking te stellen.


























